De geschiedenis van Saba, verschilt niet veel van die van St. Maarten. Ook Saba is een speelbal geweest van de koloniale grootmachten uit de 17e en 18e eeuw. En net als de andere eilanden van de Nederlandse Antillen kwam ook Saba in 1816 definitief in het bezit van Nederland.
In 1954 kreeg de “Unspoiled Queen”, zoals Saba liefkozend genoemd wordt, autonomie binnen het verband van de Nederlandse Antillen en werd het een deel van het Koninkrijk der Nederlanden.
De eerste kolonisten ontdekten al gauw dat Saba ideale omstandigheden bood voor de teelt van groente met als gevolg, dat Saba niet alleen kon voorzien in de eigen behoeften maar ook in die van de omringende eilanden. De teelt vond plaats in de enige vallei van het eiland die de Zeeuwse naam “Botte” (kom) kreeg. “Botte” werd later verengelst tot “The Bottom”, de huidige hoofdstad van Saba.
Romantisch
Saba is een romantisch eiland dat rechtop uit zee rijst tot een hoogte van 900 m. Baaien en stranden zijn er niet, maar er is wel een rijke pracht aan flora: veel orchideeën, varens en palmen.
Onder water
Ook wat betreft de belangrijkste bron van inkomsten verschilt Saba niet veel van de zustereilanden: de hedendaagse bevolking is vrijwel geheel afhankelijk van het toerisme. Vooral liefhebbers van rust en natuur weten Saba te vinden en te waarderen. Dat geldt ook voor duikers: steeds meer duikers raken gefascineerd door de boeiende schoonheid van de Sabaanse onderwaterwereld.
Ecolodge is een klein familieresort omringd door de weelderige begroeiing van het regenwoud. Het ligt op een hoogte van ca. 400 m tegen de helling van de Mount Scenery. Zoals de naam al doet vermoeden, wordt in dit resort erg veel aandacht besteed aan milieu en natuur.
Juliana’s Hotel is een vrij klein, intiem budget hotel met een heel informele sfeer. De beperkte omvang van het hotel zorgt er ook voor dat er veel aandacht en zorg besteed kan worden aan inviduele wensen en verlangens.
De naam van dit luxe resort refereert enerzijds aan de bijnaam van Saba ‘The Unspoiled Queen’ en anderzijds aan de werkelijk fantastisch mooie tropische tuin waarin het resort ligt. In de tuin staan onder meer mango- en bananenbomen van meer dan 100 jaar oud!
Scout’s Place is een drie sterren hotel van beperkte omvang: het telt slechts 13 kamers met als voordeel dat de (Duitse) directie tijd en gelegenheid heeft én neemt om maximale aandacht te besteden aan het wel en wee van hun gasten.
De 10 vakantiewoningen van The Cottage Club zijn gebouwd tegen de helling van de Mount Scenery in de buitenwijk van Windwardside, op een hoogte van ca. 400 meter.